Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg: nieuwe eisen aan de bestuursstructuur van jeugdzorgaanbieders vanaf 1 januari 2026

Met de aanneming van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (de Wet) door de Eerste Kamer op 7 oktober 2025, breekt een nieuwe fase aan voor de jeugdzorgsector. Vanaf 1 januari 2026 gelden er onder andere aangescherpte eisen aan de bestuursstructuur van jeugdzorgaanbieders. Deze eisen moeten bijdragen aan een beter bestuur, meer transparantie en versterkt toezicht binnen de sector. In deze blog zetten Westvaers ondernemingsrecht- en zorgspecialisten Bob van Zijl en Arnoud Snoei uiteen wat deze wijzigingen voor jeugdzorgaanbieders betekenen.

Aanleiding voor de nieuwe wet

In 2015 trad de Jeugdwet in werking. Daarbij is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg neergelegd bij gemeenten. Dat is niet zonder problemen gegaan. In 2023 is daarom door verschillende partijen een Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld, met voorstellen om de jeugdzorg te verbeteren. Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg wordt geprobeerd uitvoering te geven aan de Hervormingsagenda Jeugd. De Wet wijzigt onder andere de Jeugdwet. In het vervolg wordt ingezoomd op de nieuwe eisen aan de bestuursstructuur van jeugdzorgaanbieders die in de Jeugdwet worden opgenomen. Waar in deze blog wordt gesproken over jeugdzorgaanbieders, worden zowel jeugdhulpaanbieders als gecertificeerde instellingen in de zin van de Jeugdwet bedoeld.

Voor welke jeugdzorgaanbieders gaan de nieuwe eisen gelden?

De nieuwe eisen aan de bestuursstructuur gaan gelden voor de volgende jeugdzorgaanbieders:

  1. Jeugdhulpaanbieders die met meer dan 10 jeugdhulpverleners jeugdhulp met verblijf verlenen of doen verlenen;
  2. Jeugdhulpaanbieders die met meer dan 25 jeugdhulpverleners jeugdhulp zonder verblijf verlenen of doen verlenen;
  3. Gecertificeerde instellingen (instellingen die in het bezit zijn van een certificaat als bedoeld in de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoeren).

Voor zogeheten combi-instellingen (jeugdhulpaanbieders die ook instellingen in de zin van de Wet toetreding zorgaanbieders zijn) tellen de daar werkzame zorgverleners mee als jeugdhulpverleners.

Wat houden de nieuwe eisen aan de bestuursstructuur in?

De nieuwe eisen aan de bestuursstructuur zijn te vinden in artikel 4.4.1 (nieuw) van de Jeugdwet. De belangrijkste eis is dat de zojuist genoemde jeugdzorgaanbieders een interne toezichthouder moeten instellen.

Deze toezichthouder:

  1.  houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken binnen de instelling;
  2. staat het bestuur met raad terzijde.

Voor rechtspersonen betekent dit dat zij een raad van commissarissen of raad van toezicht moeten instellen.

De leden van de interne toezichthouder morgen niet tegelijkertijd bestuurder zijn van de instelling. Ook mogen de leden van de interne toezichthouder geen burgemeesters of wethouders zijn die verantwoordelijk zijn voor jeugdzorg.
Verder moet de instelling proberen minstens één lid te benoemen dat:

  1. zelf jeugdzorg heeft ontvangen,
  2. ouder is van iemand die jeugdzorg heeft ontvangen, of
  3. werkt(e) als jeugdarts, jeugdhulpverlener of medewerker van een gecertificeerde instelling.

Tot slot moeten de leden van de interne toezichthouder onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De jeugdzorgaanbieder heeft de verplichting om de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het bestuur en de interne toezichthouder inzichtelijk vast te leggen en een conflictregeling op te stellen.

Inrichting van de interne toezichthouder

Het Ontwerpbesluit stelt nadere eisen aan de bestuursstructuur, bijvoorbeeld op het gebied van de waarborging van de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder, de samenstelling, de informatievoorziening en de taken en bevoegdheden van de interne toezichthouder. Daarin staan onder meer de volgende eisen:

  • De interne toezichthouder bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen;
  • Een persoon kan maximaal worden benoemd voor vier jaar en kan maximaal één keer worden herbenoemd voor vier jaar;
  • Een lid van de interne toezichthouder en bepaalde familieleden van dat lid mogen niet tegelijkertijd bepaalde functies die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de interne toezichthouder uitoefenen;
  • De interne toezichthouder moet een profielschets opstellen voor zijn leden;
  • Het bestuur van de jeugdzorgaanbieder moet de interne toezichthouder tijdig en desgevraagd schriftelijk informeren over de noodzakelijke gegevens voor het uitvoeren van zijn taak;
  • Het bestuur van de jeugdzorgaanbieder moet de interne toezichthouder minstens één keer per jaar op de hoogte stellen van (1) de hoofdlijnen van het strategische beleid; (2) de algemene en financiële risico's; en (3) het beheers- en controlesysteem.

Het vastleggen van de eisen aan de bestuursstructuur

In de Ontwerpregeling is bepaald hoe de eisen aan de bestuursstructuur moeten worden vastgelegd. Dat hangt af van de juridische vorm van de jeugdzorgaanbieder:

  • Rechtspersonen (zoals stichtingen) moeten de eisen opnemen in de statuten;
  • Niet-rechtspersonen (zoals maatschappen) moeten dit schriftelijk vastleggen, bijvoorbeeld in een reglement.

Wat betekent dit in de praktijk?

Er staat geen overgangstermijn in de Wet. Voor jeugdzorgaanbieders voor wie de eisen aan de bestuursstructuur gaan gelden, betekent dit dus dat zij daar per 1 januari 2026 aan moeten voldoen. Voor rechtspersonen geldt dat de statuten per 1 januari 2026 in principe moeten zijn gewijzigd – al is het zeer voorstelbaar dat de handhaving niet meteen vanaf die datum zal starten.

Voor jeugdhulpaanbieders die ná 1 januari 2026 de grens van 10 jeugdhulpverleners overschrijden, geldt een overgangstermijn van 6 maanden om de statuten aan te passen. Het zou logisch zijn als dat ook geldt voor jeugdhulpaanbieders zonder verblijf die de grens van 25 jeugdhulpverleners overschrijden, maar dat staat niet met zoveel woorden in de Wet.

Hulp bij het aanpassen van statuten of reglementen

Moet u als jeugdzorgaanbieder gaan voldoen aan de nieuwe eisen en heeft u hulp nodig bij het opstellen van nieuwe statuten of reglementen? Neem dan gerust contact op. Wij adviseren u hier graag in en kunnen een eventuele wijziging van de statuten en reglementen begeleiden.

Neem contact op

Terug naar overzicht

Arnoud Snoei - Arnoud is kandidaat-notaris bij Westvaer op de afdeling ondernemingsrecht. Hij heeft verregaande kennis van de ondernemingsrechtelijke aspecten van de zorg. Hij won in 2022 de scriptieprijs van de Vereniging voor Ondernemingsrechtspecialisten Notariaat (VON) voor zijn masterscriptie over winstuitkeringen in deze sector en is co-auteur van een hoofdstuk in het Handboek Semipubliek Ondernemingsrecht.

Neem contact op met Arnoud

Bob van Zijl - Bob is toegevoegd notaris bij Westvaer en heeft vele jaren ervaring in het notariaat. Zijn passie ligt bij het ondernemingsrecht en hij ziet het als zijn taak om klanten vakkundig en snel advies te geven in begrijpelijke taal. Hij adviseert over bedrijven over oprichtingen, herstructureringen, splitsingen, fusies en overnames, governance, certificering en bedrijfsopvolging.

Neem contact op met Bob